NLT

Een Talkbox maken (1x mislukt, 1x hoe het wél moet, 1x 5$ talkbox)

In de NLT Module ‘Sound Design’ (A6 helaas) onderzoek je hoe je geluiden kunt bewerken. Om heel precies te zijn: je onderzoekt hoe de wiskundige functie klinkt die je hebt gemaakt en bewerkt.

wee-wow-diagram

Plaatje van http://www.okayplayer.com/news/apple-iphone-talk-box-adapter-kickstarter-video.html (hmmm, iemand nog ambities voor de 3D printer?
Met dit opzetstuk wordt je Iphone een talkbox!)

Een van de leuke dingen uit de inleiding van ‘Sound Design’ is een zogenaamde ‘mouth tube’, ‘talkbox’ of  ‘Jappiotube’. Als je op het eerste zoekt krijg je allemaal vage websites, maar met talkbox kom je een heel eind.

Met een talkbox kun je met je mond geluiden vervormen (‘vocoding’). Die geluiden komen in je mond met een slang die, je raad het al, aan de talkbox verbonden is. Je hebt het misschien niet door, maar dit geluidseffect wordt in de (pop)muziek veel gebruikt, door Daft Punk bijvoorbeeld,  in het nummer ‘Harder Better Faster Stronger‘, al gebruiken die waarschijnlijk een electronische vocoder (computer programma), en uit de Top200o Peter Frampton met Show me the way.

peter_framptons_talk_box-3-2

De Talk box van Peter Frampton (plaatje van https://nl.wikipedia.org/wiki/Talkbox)

Eerste poging (zo moet het niet, is niet gelukt!)

Het leek me leuk om zelf een talkbox te maken. Het eerste experiment met een gewone box en een grote trechter mislukte. Er kwam niet genoeg geluid uit de slang. Ik dacht dat was omdat het een bass-reflex luidspreker was (met aparte ‘bass-reflex gaten’), en een slappe plastic trechter. Daardoor gingen de geluidstrillingen verloren voordat ze in de slang kwamen.

Strak passen en een goed afgesloten ‘box’ is nodig, dan gaat er geen geluidsenergie verloren en komt al dat geluid via de slang in je mond. (tenminste, dat denk ik!)

Ik dacht dus dat dat beter moest kunnen, en ging met de luidspreker uit een oude subwoofer aan de slag. Maar die was nogal groot. Dan wordt de kast ook groot, en duur, en ik wilde iets simpels en kleiners.

Ik had thuis nog een kleinere luidspreker liggen (tip: test hem eerst even!), met een randje erbij zo’n 12,8 cm doorsnede. Dat past bijna in een PVC pijp van 125 mm! En PVC is goedkoop en gemakkelijk te bewerken, en je kunt het in een heleboel verschillende diameters krijgen, dus dikke kans dat het ook om de kleinere of grotere luidspreker van jou mooi strak past (maar bij grotere PVC pijp wordt alles snel duurder). Iets te groot is niet erg, ik heb mijn luidspreker gewoon wat smaller gemaakt (met een figuurzaag (te veel werk), met een recipro zaag (moet je hebben, en je moet handig zijn) of met een haakse slijper (niet zo handig). Ik heb het met een slijpmachine met zo’n ronddraaiende steen gedaan. Was in een wip klaar, wel niet te lang op één plek. Dat wordt warm en gaat roken!

Boven: de luidspreker (128mm), en daarnaast een ‘koppelstuk’, twee ‘eindkappen’ en twee stukken PVC buis (80 x 125 mm, zelf afzagen gaat met een grote ijzerzaag, wel even rondom aftekenen en nauwkeurig zagen anders gaat het te scheef) samen zo’n 10 euro, al zul je een langer stuk pijp moeten kopen (of een klein stukje vinden).
Onder: de luidspreker in het koppelstuk, en daarnaast de Talkbox, nog zonder de slangkoppeling en de slang. Ook de  aansluiting voor de luidspreker moet nog.Maar, dit is een mooi strak ding, waarbij het geluid straks maar één kant op kan! DISCLAIMER: DIT WERKTE DUS NIET!! (maar dat had je vast al door, behalve als je alleen plaatjes kijkt, zoals de meeste mensen 😉

Je kunt de pijpen in het koppelstuk lijmen, maar ik dacht niet dat dat nodig was.

Voor de aansluiting van de slang kun je van alles verzinnen, maar het mooiste is een slangpilaar. Aan de ene kant een slangaansluiting, aan de andere kant draad voor een moer. Een beetje bouwmarkt heeft wel iets liggen, of anders je vader, buur of oma (om een niet geheel rolbevestigend rijtje te maken). Van RVS, koper of van kunststof (goedkoper). Vergeet niet om de moer mee te nemen, zodat ie aan de binnenkant van de eindkap kan worden vastgezet. Kies de maat die past bij de slang die je hebt (of die je nog gaat kopen), en kies een maat die past bij de boor waarmee je het gat in de eindkap kunt boren. Een ‘speedboor’ voor hout werkt prima, en die zijn er tot in grote maten, en je moeder, buurvrouw of opa heeft er vast nog wel ergens een te leen. Maar, die speedboren zijn er meestal niet in alle maten, en om nou een boor te kopen voor één gat . . . .
Voor de slang kun je natuurlijk een tuinslang kan, maar mooier (?) is waarschijnlijk een siliconenslang van 10 of 12 mm. Hoewel, zo’n gifgroene tuinslang? Hmmm.

De aansluiting van de luidspreker heb ik in de zijwand gemaakt. Ook hier kun je van alles kiezen. De meest simpele oplossing is om het draadje van de luidspreker via een gaatje naar buiten te trekken. Maar dat is niet zo mooi, en het draadje kan daar knakken en breken. Bovendien, ik wilde alles zo veel mogelijk luchtdicht hebben.
Gelukkig heb ik ooit een hele kast vol met elektronika rommel op marktplaats gekocht. Die was van een oude meneer geweest die was overleden. Daar twee mooie aansluitingen in Geel en Blauw. Het solderen was nog een gedoe, want aan de binnenkant moeten het moertje, de borgring en het revetje. Beter mijn gaten wat hoger geboord, of in de eindkap (maar dan kan het ding niet staan). Nou ja, dit ging uiteindelijk ook wel.

Het resultaat van al dit werk  was een teleurstelling. Er kwam verrassend weinig geluid uit de slang, terwijl de PVC pijp stond te trillen als een gek. Hmmm. Poging 1 mislukt . . .
Als ik wat beter had gelezen, dan had ik het kunnen weten. Iets met de impedantie van lucht. Lucht heeft een lage weerstand (impedantie is zoiets als dynamische weerstand), en de conus (dat zwarte ding wat beweegt) van de luidspreker kan ‘m gemakkelijk in beweging zetten. Maar diezelfde trillende lucht moet ook door een kleine slang opening heen, en dat is de bottleneck, letterlijk en figuurlijk.

Poging 2

Mijn tweede poging moet ik nog gaan wagen. Ik ben er achter dat je geen gewone luidspreker moet hebben, maar een ‘Horn Driver’. Een ‘Horn’ of ‘Compression’ driver werkt anders als een gewone luidspreker. De conus zit vaak aan de achterkant van de magneet. De magneet zelf heeft dan een hele kleine opening waar al het geluid zich doorheen moet persen. Maar soms zit de conus aan de voorkant, nog steeds met die kleine opening. Er komt veel meer druk op al die arme lucht te staan, en dus is ook de  impedantie van de lucht (de dynamische weerstand) een stuk groter. Compressie drivers hebben een heel hoog rendement (de conus staat niet voor jan joker heen en weer te trillen, maar er moet gewerkt worden!) Normaal gesproken zit er een enorme toeter op zo’n driver, maar een stukkie slang kan er ook wel op, met wat verloopjes. Nu krijg je wél een enorme hoeveelheid geluid in je mond. Rammelende vullingen, las ik ergens. Had ik dat maar geweten, dan was ik nu 20 euro rijker (of beter, 25 euro rijker, voor al die PVC spullen). (En ik had het kunnen weten, Youtube is ook zo’n goede bron van informatie, en make your own talkbox is nou niet de minst voor de hand liggende combinatie van zoektermen).

Je kunt een horn driver kopen voor zo’n 2o euro, maar ik scoor liever ergens een 2e handsje of iets van de sloop. Ik zo’n megafoon zit er ook een. In elke luidspreker met een toeter lijkt het wel. Die zijn vast wel ergens te vinden. (beste leerlingen, heeft iemand nog iets liggen soms . . .!)
En dan denk je dat je wel zo ongeveer alles weet over talk boxes, en dan komt déze voorbij. . .

De 5$ Talkbox die je eigenlijk al hebt . . .

Deze werkt met gewone oortelefoontjes die je in je mondhoeken steekt . . .Moet wel een flinke versterker aan, en of je oortjes het lang overleven, dat is natuurlijk maar de vraag! Gebruik dus eerst die oude van je broer of zus, of fiets even naar de Action. Wel een tikkie minder stoer als zo’n tuinslang in je mond! Maar een Talkbox klinkt lekker als het geluid flink vervormd wordt, en dat is hij zeker het geval. Die arme oortelefoontjes worden zowat (of zeker?!) opgeblazen!

 

Leave a Reply